Kleuterkunst
6 mei 2017

Een paar keer per jaar zit ik met de kleuterjuf van mijn kinderen op de rand van de zandbak van de basisschool als haar klas buiten speelt. We praten met elkaar alsof we elkaar dagelijks zien, we zitten op dezelfde golflengte. Mijn kleuters zijn inmiddels student en middelbare scholier, zolang ken ik de kleuterjuf al.

En een keer per jaar komt dezelfde vraag van haar: ‘Wil je weer een workshop aan de kleuters geven?’

De juf gooit een balletje op en ik kop ‘m er dan in. Als je een kwartje in de machine gooit, gaan de raderen draaien. Sa-men-wer-ken!

Zo hebben we o.a. in de gang van de school mobiles gemaakt met als inspiratiebron de werken van kunstenaar Calder, of korte filmpjes waarbij de kleuters hun eigen beeldverhaal vertelden waarvoor ze de rekwisieten hadden getekend en uitgeknipt. Ik had daarvoor een camera opgesteld die een opname van de vloer maakte, waarop een groot vel papier het kader aangaf. Weer een andere keer hebben we in het speellokaal een enorme knikkerbaan gemaakt. Hierbij kregen de kleuters hulp van kinderen uit groep 5.

 

Een maand geleden werd mij gevraagd om de lessen ‘het Atelier’ te geven. Drie kleutergroepen, 4 x 2 uur per groep, 1 x per week. Zozonounou, dat is niet niks: een hele groep van 4 tot 6 jaar in een keer, gemiddeld 25 kinderen. Dat had ik nog niet eerder gedaan: zoveel kleuters, 2 uur bezig houden, 4 weken per groep en dat 3 keer. Eerst maar een overlegje met de kleuterdocenten, wat is de bedoeling en wat is de verwachting?

Ik schreef op: -onderzoek -omgaan met gereedschap -kennis maken met materialen -technieken ontdekken en dat alles in de ruimste zin van het woord.

De raderen gingen draaien.

Waar ik erg gelukkig van word is dat er geen eindresultaat hoeft te zijn. De kinderen hoeven alleen te ontdekken en niet met een prestatie naar huis.

We ontdekken hoe een tiewrap werkt. Schuimrubber kun je indrukken en dan past het ergens in en hoe krijg je het er weer uit? Hoe krijgt die ander iets wel voor elkaar wat jou niet lukt? En piepschuim bestaat uit heel veel kleine bolletjes.

Uiteindelijk ontstaat hier en daar toch wel een werkje dat het aanzien waard is.

Zo ontstaan er ook hier en daar (door sa-men-wer-ken) wel degelijk objecten die een museum niet misstaan. In het museum zou er dan een bordje naast hangen met de naam van de kunstenaar, jaar van het werk, korte levensloop en een door de kunstenaar zelfverzonnen woord om z’n manier van werken kracht bij te zetten. Zoals: ‘merzen’ van Kurt Schwitters ‘frotteren’ van Max Ernst of ‘fröbelen’ van Friedrich Fröbel. Overigens is het woord ‘fröbelen’ geen uitspraak van Friedrich, leert mijn naslagbron, maar een eponiem (een woord dat is afgeleid van een eigen naam).

Over fröbelen gesproken: fröbelen heeft alles te maken met wat de workshop ‘het Atelier’ inhoudt, nl.: ‘Vrijblijvend creatief bezig zijn.’ In ons geval zou dat bordje er zo uit kunnen zien:

Zonder titel (mixed media) 2017, Jaap (2012), kreeg voor zijn 5e verjaardag een hamsterknuffel.

Uitspraak: ‘Kijk juf, ik kan dit helemaal van de dingen doen en dan hangt het van de zelf!

De eerste vier lessen zitten erop. In het volgende blog meer over ‘het Atelier’

-wordt vervolgd-